Posts tonen met het label Cubra. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cubra. Alle posts tonen

vrijdag 22 november 2013

Kontwèèrk en ènteldarm ... transcripties Tilburgs dialect


De Dialectprijs die de stad Tilburg vorige week ten deel viel, heeft onze taalactiviteiten weer een impuls gegeven. Vorig jaar zetten CuBra / Ed Schilders en Hans Hessels al een samenwerking in, namelijk om dialectbandjes uit de jaren '60 en '70 te transcriberen. Hessels die tweemaal het Tilburgs Dikteej heeft gewonnen, kan als geen ander de gesproken taal omzetten in geschreven tekst. Ed Schilders zet de audiofragmenten met de bijbehorende teksten online op CuBra. Hierdoor ontstaat een uniek taalwerk á la Meertensinstitituut waar we als Tilburgers weer frêet op kunnen zijn. In bijgevoegd fragment hoort u Toon en Toos Bertens.

De onderwerpen gaan vooral over varkens, runderen en vlees: Slagerijen, Varkens- en runderslachters, Melktoer, Manufacturen, Paard en kar, Slachthuis, Kalfkoeien, Markten in Rotterdam, Zeeland en Den Bosch, Koeien lossen, Hitsige stieren, Slachten en villen, Ingewanden, Waarmerken, Thuisslachten,  Keuringsdienst, Varkenshaar, Schoonmaken, Frutblaos, Paardenslagers Stierenslachten, Buitenslachters, Nuchtere kalveren, Gat kussen, De Kaojen Hoek, Zaadballen, Opvangen bloed, Slachtafval, Medicijnen, Koosjer slachten, Vastendag, Joodse slagers, Tilburgse slagers, Leuren met de koeien, Etalageweek, Tuberculose, Markten

Een van de fragmenten uit het interview
“Dan sneede gij zak zègge van aachtere, boove de koej wier dè durgeslaon, zak zègge, dè kontwèèrek zogezeej, dòr aachter witte wèl, èn dan, jè, dan moeste diejen ènteldèèrem deröt haole èn dan lòsmaoken èn doen èn dan viel er hil dieje pèns, die viel in êene keer in diejen bak neer!”
 





 

vrijdag 14 december 2012

Eindstand aanvullingen Woordenboek Tilburgse Taal



 

3358 aanvullingen. Dat blijkt de eindstand te zijn van het aantal Tilburgse teksten waarmee het on line ‘Woordenboek van de Tilburgse Taal’ (WTT) het afgelopen halfjaar is uitgebreid.

 


Ed Schilders presenteert het digitale `Woordenboek van de Tilburgse Taal`
op CuBra tijdens de Taal van Tilburgdag op 16 nov. 2012.
Foto: Breedveld

De aanvullingen werden mogelijk gemaakt door Stadsmuseum Tilburg in het kader van het project ‘Taal vanTilburg’. Het reeds bestaande woordenboek – gebaseerd op de zeer omvangrijke verzameling dialectwoorden van Wil Sterenborg – kon daardoor uitgebreid worden met de meer dan drieduizend citaten uit het werk van Tilburgse auteurs. Het WTT is daardoor het eerste woordenboek van een Nederlands stadsdialect geworden waarin het dialect ook in geschreven vorm geboekstaafd is. Tilburg blijkt op dat gebied een opmerkelijk rijke traditie te hebben met geschreven teksten tussen 1870 en 2012. De aanvullingen betreffen  citaten uit verhalen, gedichten, columns, feuilletons, liedteksten, en heemkundeartikelen. Voor de aanvullingen werd geput uit het werk van 21 schrijvers. Van  tegenwoordig vrijwel onbekende  auteurs als Naarus, Jan Jaansen, Gieleke, Kis-ke, en Lowie van Dorrus Misters, tot  schrijvers die nog steeds  in het stadsdialect publiceren: Piet van Beers, Henriëtte Vunderink, Elie van Schilt, Jos Naaijkens, en Tillie B.  Tijdens het onderzoek is ook een aantal woorden aan het licht gekomen dat tot nu toe niet bekend was in de Tilburgse woordenboeken. Juffersnuutjes bijvoorbeeld, een kleine, gele, zoete appel; kalido (hoofd); stichtendonker (stikdonker); natteneerke (net heertje); kremieleke (kruimeltje); en ponnie in de betekenis van dienstmeid.

woensdag 7 november 2012

Mondelinge overlevering: `t pestorke z`n bruukske

Dat de taal van Tilburg onder andere gebaseerd is op mondelinge overlevering, bewijst deze bijdrage van Sjef Verhoeven. Zo geeft hij aan dat het verhaal van de pastoor en zijn broek al verschillende generaties meegaat en op diverse locaties in Brabant wordt verteld: 

1. Met lacunes Jet Lafèbre (Tilburg, 1912) (haar als kind verteld door Jet Scheepkens uit Eindhoven)
2. Tekst door de moeder van Leni de Bruyn (Tilburg)
3. Tekst gevonden door Cor Swanenberg op Mariaoord
4. Een fragment door J. Verhagen (1941) Schijndel
5. Tekst aan Brabants Buukske gezonden door Nettie Tonissen

We zullen 'es een bekske thee gon zette. Doe wa waoter op de moor
en dan za'k oe swèls vertelle van 'nen heelen auwen pestoor.
Dieën pestoor die wonde-n-in Pruise, of nee, in Limburg, geleuf ik host.
Och nee, och nee, 't was in Braobant. Dieën pestoor ha slèècht z'ne kost.

Hij was èrem, bitter èrem, mar hij gaaf ok alles weg
on de èrme van z'n perochie. Jè, 't is waor al wa'k oe zeg!
Vur z'n evenaoste zô-t-ie loope dur't grotste vuur.
IJvrig zaat ie in den biechtstoel 's aoves soms tot ellef uur.

Op 'nen zaoterdag-'n-aovond kwaam ie hil laot uit de kèrk.
"Mieke", zee-t-ie tot z'n dienstmèid, “'k heb vur jouw nog 'n bietje wèrk."
"Och pestoor, lo'me toch te bed gaon, 't is al zo verschrikkelijk laot.
Midden in de naacht nog wèrke? Nee, pestoor, da's nou ginne praot!"

Wie wil weten hoe het verhaal van de pastoor en zijn broek en zijn dienstmeid verder gaat, leest door op de website CuBra

maandag 3 september 2012

Heimwee naar Tilburgs


Ex Libris Piet Heerkens (Coll. Ronald Peeters, Tilburg)

Ed Schilders

 

Het was even stil rond het Woordenboek van de Tilburgse taal, maar er is niet stilgezeten. Het woordenboek is in de zomermaanden uitgebreid met naar schatting 2000 nieuwe citaten uit geschreven dialectwerk. Waaronder:

  • Zes dichtbundels van pater Piet Heerkens uit de jaren 1938-1949. Pater Piet is onder andere de auteur van het Tilburgs volkslied ‘Ik zie oe daor zo gèère ligge...’
  • De dialectverzen van Leo Heerkens die in de bundels van zijn broer Piet  werden opgenomen.
  • Dialectgedichten van Piet Heerkens die nooit in boekvorm verschenen zijn maar wel in een bijlage van de Nieuwe Tilburgsche Courant, ‘De Zaaier’ (1940).
Heel bijzonder is de integrale tekst van een zeer uitgebreide discussie die in 1933 en 1934 gevoerd werd in de Nieuwe Tilburgsche Courant over het woord ‘Kaajbuuter’.  In ingezonden brieven gingen de Tilburgse dialectdeskundigen, onder wie Lambert de Wijs en Lowie van Dorrus Misters, elkaar te lijf met hun opvattingen over herkomst en betekenis van dit woord. Kaajbuuter werd toen ervaren als een scheldwoord van Noord-Tilburgers voor bewoners van het centrum van de stad.

De mooiste aanwinst is misschien wel het werk van H.A. Sterneberg. Deze jezuïet was pastoor in Batavia, Nederlands-Indië. Om zijn heimwee naar zijn geboortegrond te bestrijden, schreef hij zijn dialectgedichten, die in 1932 in Batavia in druk verschenen. Lang is gedacht dat Sterneberg uit Oosterhout afkomstig was, maar in een artikel in het tijdschrift Brabants bewees Michel de Koning op basis van teruggevonden manuscripten dat Sterneberg een Tilburgse moeder had, en dat zijn taalgebruik op het Tilburgs gestoeld is. Dit artikel is integraal als bijlage bij het woordenboek opgenomen. Het boek van Sterneberg is beschikbaar als PDF-bestand.

dinsdag 19 juni 2012

Scharren bij St. Job en Turken in de Hasselt

Onder de naam ´Heemkunde Tilborch Werkgroep Dialect´ zijn er in 1978 diverse interviews afgenomen waarin zowel de interviewer als de ondervraagden ´stads meej Haajkaants´ praten. De interviews zijn vastgelegd op cassettebandjes, een medium dat de ´ouderen´ onder ons nog wel kennen. Vijfentwintig jaar later (anno 2012) heeft Stadsmuseum Tilburg deze bandjes laten digitaliseren. Deskundigen in het schrijven van de Tilburgse spelling hebben de opdracht gekregen om de interviews uit te schrijven - exact zoals ze het horen. Dat betekent dat het Tilburgs en Nederlands afwisselend gesproken wordt.


In het hieronderstaande fragment is de heer Nouwens aan het woord. Zijn interviews zijn vastgelegd op cassettebandjes 9 en 10 waarop de volgende tekst:

Band 9
Kant 1: Duiven, spelletjes, weverij
Kant 2: Algemeen
Samenstellers: Marc Zeegers en Rolf Janssen
Datum: 2 mei 1978
Ondervraagde: Nouwens


Band 10
Kant 1: Algemeen
Kant 2: Algemeen
Samenstellers: Rolf Janssen en Trix Doomernik
Datum: 15 en 22 mei 1978
Ondervraagden: Nouwens + Piet Staps en zijn vrouw

Interview met de heer Nouwens
….dòrstraks ok oover al die heiligendage èn zo hè.. hèdde dan bevobbeld ok dègge..e.. e..  op bedevaart gingt of zo naar st job en zo?
Jèzeeker, jaoao, dè was en attraksie, Sint Job.
Hoezo was dè en attraksie?
Ooo …daor gingde die scharren haole, scharre.
Wè zèn dè?
Jè scharre!!!
Vis..
Vis!
Oo vis!
Dè was dieje Sint Job, dè was in Bèèrkel-En…., in, in, in Enschot!
Dòr zonge ze geleuf ik en liedje van e.. nou gòn we nòr Sint Job op enen êezel op enen êezel.
Jaajaa, jè, mar ik zèg oe nògmaals ik, daor zèèk nie zo in tèùs, tis jammer genòg, dan zodde die mènse moeten hèbbe niewaor die e.., die dè weete. Mar jè dè was, dè was vruuger en attraksie, êen mei dè was en hil grôote attraksie, dè doen ze nòg.
Naar Den Bosch.
Nòr Den Bosch, te voet nòr Den Bosch, mar dè was en hil grôote attraksie.
En hoe ging dè gewoon ok wir meej en hille klub öt de buurt?
Jè…
En dan zingend, offe…?
Oôoôo, et grotste plezier!
Ik hèb ok wèl es geheurd dèsse bij Berkel-Enschot naar die bedevaart naar Sint Job, dèsse dè voral ok dinne  om mèskes te versiere!
Oôoôo, dè gebeurde netuurlek vruuger nèt zo eeve goed  as nouw, hè..
Mar dè zit ik me nèt af te vraoge, was dè, want dè was geloof ik vroeger ok wèlles haat en nijd zo af en toe tusse verschillende wijken in Tilburg!
Oo jawel, jèjèjèjèjèjèjèjè, van geene kaant èn van hier..
Wat is dat de Hasselt of zo?
Wèblief?
Is dat de Hasselt “ginne kaant”?
Geene kaant is de Hasselt jè, dè noemde wij dè. Jè, dè waare de Turke.
Waare dè andere mensen?
Nèù dè waare wèl e…andere mènse, wè zak zègge, agge nou, dè zèn ze nòg…

Uitwerking interview Hans Hessels

dinsdag 5 juni 2012

Tom Waits en `ene Tilburgse kribbebèèter`

Ed Schilders
Het Woordenboek van de Tilburgse Taal is uitgebreid met, om precies te zijn, 528 citaten uit de twee boeken (ca. 450 pagina’s), waarin de vorig jaar overleden dialectschrijver Jo van Tilborg zijn herinneringen publiceerde aan zijn jeugd- en jongelingsjaren in Tilburg tussen ongeveer 1935 en 1955. Van Tilborg publiceerde zijn boeken onder de schrijversnaam Lodewijk van den Bredevoort, onder de titel ‘Kos et den brèune eigeluk wel trekken?’ Beide boeken zijn als PDF gratis te downloaden op website CuBra.
Het WTT wordt ondertussen ook voorzien van nieuwe afbeeldingen die het trefwoord goed illustreren. Soms levert dat onverwachte doorkijkjes op. Bijvoorbeeld in het lemma ‘kribbebèèter’, een woord dat vroeger vooral bekend was in de Hasselt. Het gaat over een paard dat de afwijking heeft om voortdurend in zijn krib, voederbak, of in ander hout (de halve staldeur) te bijten. Toevallig kwam ik op YouTube een interview met singer songwriter  Tom Waits tegen, waarin Waits vertelt over dit fenomeen. Als klap op de vuurpijl laat hij een foto zien van een ‘kunstwerk’ dat door zo’n kribbebèèter in een staldeur gemaakt is: een paard dat gestrekt over een hindernis springt.

zondag 3 juni 2012

Nôot gin snipperdag gehad

Heemkundekring Tilborch beschikt over cassettebandjes die opgenomen zijn in de jaren '70 en '80. Een aantal Tilburgers wordt daarin geïnterviewd over hun herinneringen aan beroep en bezigheden. De interviews zullen over enkele maanden op Cubra worden gezet met de uitgeschreven tekst, waarvoor oudcursisten van de Taolklas Tilburg zijn ingeschakeld. We zullen in dit blog alvast wat teksten publiceren. Hoewel het zomaar fragmenten zijn, krijg je snel een beeld van het gesprek. In dit fragment is het woord aan de heer Nouwens. De tekst is uitgeschreven door Hans Hessels.


Ik wil nie zègge dèt nie wòr is. Hij betòlde der dus ècht goed vur nuu.. vur onzen tèèd vur den orlòg. Mar toen krêeg ie zon grôote macht… jè hij krêeg.. geschoold persenêel krêeg ie… dè was.. krêeg ie ge…voldoende. Enne jè, èn dan ligde te kèèken hè èn toen ginge wij ok ònt staoke èn toen zèn we nòr den bond gegaon. En dè was zoogenaamd de rooms….diejen bon…dieje dieje kattelieken bond…..Hu..

En de soosjaa..soosjaa..

Ik heur ik heur et em nòg vertèlle teege me. Nou zittie, diejen dieje dirrekteur teege me ….dès… daor mòkte nòg wèl..daor mòkte.. daor mòkte wèl iets klaor meej meej dègge nòr den bond zèèt gewist. Ik zèg wè bedoelde? Ik zèg gòdverdomme nòg êene keer hier dörft te koome zittie, dan naaj ik ze van de trap aaf ..van den bond. Die hadde ok ginne mieter te vertèlle. Ze din alles vur oe mar... asse mar nòr nòrt kentoor kosse lôope be wèèze van spreeke èn ze wòrre daor ontvange…Dè wast bestuur toendetèèd èn hoe meer dègge jè dè…hil de tèèd wanneer ze kwaame dan zaat er en kiesje siegaare vur die manne aon èn dan èn dan witte wèl..

Daor zèède wèl niks meej netuurlek

Welnèè dè was en en wasse neus jonge dè XXXXXX???

En hoeveel vakansiedaage had u?

Vakansiedaoge, jè der waare wèl meer heiligedaoge die zèn er nou veul van afgeschaft. Mar vekaansie.. vekaansie, we hèbbe nôot gin snipperdaoge gekènd.

Niks?

Presies meej de kèrmes, jè dè was vrijdags saame.. meej de kèrmes waarde van vrijdags vrij tòt èn mèt smòndags.

dinsdag 15 mei 2012

Uitbreiding Woordenboek van de Tilburgse Taal

Ed Schilders
Uitbreiding van het Woordenboek van de Tilburgse Taal – Voortgangsbericht door Ed Schilders
Het Woordenboek van de Tilburgse Taal is de afgelopen weken uitgebreid met ongeveer 1500 nieuwe citaten. De lijsten daarvan waren al eerder beschikbaar, en nu is elk citaat op zijn juiste plaats in het woordenboek geplaatst. Het betreft teksten uit columns van Kubke Kladder (Pierre van Beek; ca. 1929) en Naarus (Bernard de Pont; ca. 1940), de feuilletons van Jan Jaansen (Piet Heerkens; ca. 1938), de Tilburgse dictees van Gerard Steijns (2000-2010), en de teksten van de wedstrijd Wè zeetie? door Ed Schilders (2009). Bovendien zijn de desbetreffende trefwoorden opnieuw geordend waar dat nodig was zodat zich in veel gevallen een mooie tijdlijn aftekent, een soort van biografie van een woord of uitdrukking. Ook zijn er veel illustraties toegevoegd, met name van bloemen, planten, en dieren. Een goed voorbeeld van een vernieuwd lemma is het trefwoord ‘Kappecien’ dat nu is opgedeeld in vier onderdelen: de Tilburgse ‘blote-voeten-paters’ van Korvel, de meikever, de peulvrucht, en de bloem. Als extraatje is ook een vijftiental tot nu toe onbekende  cartoonachtige tekeningetjes van Cees Robben opgenomen.
Daarmee is de eerste fase van het project afgerond. In fase twee komt het werk aan bod van volksdichters Lechim (Michel van de Ven) , Piet van Beers, en de twee delen jeugdherinneringen van Jo van Tilborg.

dinsdag 24 april 2012

Aawe ouwdiejoo

Ed Schilders

Een van de projecten die dit jaar uitgevoerd worden in het kader van ‘Taal van Tilburg’ is de ontsluiting van ongeveer 14 uur audiomateriaal. Het gaat om interviews met dialectsprekers, opgenomen door leden van Heemkundekring Tilborgh aan het eind van de jaren ’70. De cassettebandjes worden gedigitaliseerd en vervolgens wordt de tekst getranscribeerd door leden van de Tilburgse Taol-klas. De transcripties en ook langere en korte geluidsfragmenten zullen on line komen op website CuBra.
Sfeerbeeld 1963

Audiomateriaal is zeldzaam als bron voor dialectonderzoek. Met de ontsluiting van deze bestanden wordt het mogelijk de Tilburgse tongval en het gebruik van dialect te bestuderen op het niveau van de sprekers. Bovendien betekent de ontsluiting een forse uitbreiding van het audiomateriaal. Voor zover bekend is op het internet tot nu toe slechts één Tilburgs audiobestand beschikbaar, een interview uit 1963 met een duur van 22 minuten. Dit interview is sinds te beluisteren.
Hierin vertellen een kostuumnaaister (geb. 1905), een maatschappelijk werkster (geb. 1917), en een huishoudster (geb. 1905) onder andere over de kleermakerij, werktijden en seizoenen, de redding van mijnwerkers, de Tilburgse Kermis, vakantie, de levensstandaard, bloemen en de tuin.
Op Cubra is ook een link te vinden naar de bron, de ‘Sounbites’-pagina’s van het Meertens Instituut en daar vindt de liefhebber nog meer dialect-audiobestanden, onder andere uit Loon op Zand, Hilvarenbeek, en Moergestel.

vrijdag 16 maart 2012

Knaawbôone èn tèùnbôone

Ed Schilders

Knaawbôone
In het Woordenboek van de Tilburgse Taal (www.cubra) zullen in de loop van 2012 ook citaten opgenomen worden  uit het werk van de Tilburgse volksdichter Lechim. ‘Lechim’ is het pseudoniem waaronder Michel van de Ven elke week een gedichtje in het dialect schreef in de Tilburgse Koerier.

Bij het selecteren van de passages kom ik zo nu en dan een gedicht tegen waarin Lechim de taal van Tilburg als onderwerp heeft genomen.
Het vers hieronder is daar een mooi voorbeeld van.

Iederen dag wè-d- aanders
Sjaan schèpte en mòndag op
nou, dè rook lang nie gèk.
Ik hèb geschraanst tòt ’k niemir kos
van lapbôone meej spèk.

Dinsdag was et presies gelèèk
dè zaat nie goed bij mèn.
Mar ze zeej: “Man, ge ziet tòch wèl,
dèt moffelbôone zèn.”

En woensdag wir dezèlfden hap
ik vuulde me genèpt.
Ons Sjaan riep: “Heej schiet op, ik hèb
knaawbôone opgeschèpt.”

Toen et vandaog krèk inder was
ging ik pas goed te keer.
Ze laachte èn zeej: “Asteblief,
tèùnbôone vur meneer.”

vrijdag 9 maart 2012

Naarus in Woordenboek Tilburgse Taal

Ed Schilders

Aan de website van het Woordenboek van de Tilburgse Taal – http://www.cubra.nl/wtt/ is de lijst van trefwoorden toegevoegd uit de 31 dialectcolumns die Naarus in 1940-1941 schreef in het weekblad Groot Tilburg. Ook deze vindplaatsen zullen over enige tijd worden verwerkt in het Woordenboek zelf bij de juiste trefwoorden. De lijst kan nu al gedownload worden als PDF-bestand.

‘Naarus’ was het pseudoniem van een Tilburger, Bernard de Pont, die naar Gelderland was verhuisd en uit heimwee columns ging schrijven onder de titel ‘Brieven van een oud Tilburger’. De volledige teksten van die columns zijn elders op website CuBra te vinden.

Het werk van Naarus is een rijke bron van het Tilburgs zoals het rond 1900 gesproken moet zijn, in de tijd namelijk waarin Naarus het dialect aangeleerd heeft, de taal van zijn jeugd. Wat daarbij opvalt, zijn bijvoorbeeld de verleden tijden van sommige werkwoorden. ‘Hij stond’ was toen nog ‘hij stin’, en in het meervoud ‘ze stinne’. Bij ‘gaan’ luidt het: ‘ze gonke’. Dergelijke bewijsplaatsen laten duidelijk zien hoe een dialect zich heeft ontwikkeld.

Ik heb ook enige langere citaten uit het werk van Naarus in de lijst opgenomen die misschien geen algemeen beschaafd Tilburgs zijn geweest maar die wel leuke voorbeelden zijn van Tilburgse taalhumor, en die in geen van de woordenboeken voorkomen.

Ieteljaon
... dieën aanderen Tilburgsen Pustoor, die Jaon hiette mee z’ne vurnaom en die zoo schon Latijn sprook dè de Paaus zee: U bent zeker een Ieteljaon? Neeë Heilige Vaoder, zeet ie toen: Ietel nie, mar Jaon wel.

Flikkerbumke
Ennigte meters daor vandaon groeide in ‘flikker bumpke’, gewitwel daor groeie van die vleugeltjes aon die draaiend nor beneeë komen en as ge dè bolleke splitste koste die vleugeltjes fèn op oe neus plekken. Dè hout is ’t taaiste wèt er bestao, daor maoke ze haomer en schuupstelen van; bij ons hiette dè ‘flikkerbumpke’ mar ’t was dan innen ‘Esdoorn” of in ’t latèn innen ‘acer pseudo platanus’. 

Heel mooi is ook de wijze waarop Naarus als Tilburger spot met het bekakte taaltje van een koopvrouw uit Den Bosch:

Natteneerkes
Daor was is in Bosse koopvrouw in dèskes en petten en zoo, en die verkocht goed, want ze was er hendig aon. ’t Mist waren het van die strikskes die ge met in klemke aon oewen boord kost klemmen. As ge bij die vrouw is in d’r kraom keekt, dan sprong z’op oe aaf, en ’t volgend oogenblik hadde al zon strikske onder oew kien vaast zitten. ’t Zelfde moment hazze de spiegel vur oe neus hangen en dan zizze op z’n Bosch’s: “Kaik nou is, bende nou niet innen natten Eer?” In de miste gevallen wier d’er zeuve stuiver betaold en gongen ze as ‘Nette Heeren’ verder, mar die dèskes, die hietten nao dieën tèd nie mir, daske of strikske mar ‘Natteneerkes’ en dès lang zo gebleve.

De oorlogsomstandigheden maakten een eind aan Groot Tilburg en dus ook aan de brieven van Naarus. In een van zijn columns voerde hij zijn heimwee ten top, en sprak hij de wens uit na zijn dood te worden begraven ‘aan de oevers van de Leij’, zoals Napoleon de wens uitsprak aan de oevers van de Seine te worden begraven. De wens van Naarus is niet in vervulling gegaan.




donderdag 1 maart 2012

Letterkundige uitbreiding van het WTT

Op website CuBra is het project van start gegaan waarmee het Woordenboek van de Tilburgse Taal de komende maanden zeer uitgebreid wordt met bewijsplaatsen en ook nieuwe trefwoorden uit letterkundig werk, geschreven in het Tilburgs.
Het spits wordt afgebeten door een lijst van bewijsplaatsen uit negen lange columns die Kubke Kladder in 1929 en 1930 publiceerde in de Nieuwe Tilburgsche Courant.
De onderdelen van de lijst zullen te zijner tijd hun weg vinden naar de bijbehorende trefwoorden in het Woordenboek. Om redenen van efficiency gebeurt dit pas nadat een aantal lijsten beschikbaar is. Alle lijsten worden echter ook afzonderlijk op de site bewaard en zijn eveneens te downloaden als PDF-bestand. Daardoor wordt het ook inzichtelijk wat precies het aandeel van een auteur is in het Woordenboek.

Kubke Kladder is een van de pseudoniemen van de journalist en heemkundige Pierre van Beek, die ongeveer dertig jaar later een belangrijke en grote serie artikelen over het Tilburgs zou schrijven onder de titel Tilburgs Taalplastiek. Het werk van Van Beek is integraal op website CuBra beschikbaar onder redactie van Ben van de Pol.

Enige voorbeelden van fragmenten uit de columns van Kubke Kladder (de teksten zijn weergegeven zoals ze geschreven werden):

de vernòmste hèlft van oe traawbuukske = je echtgenote
Zède getrouwd dan wordt dè netuurlijk 'n moeilijker geval mar d'r is toch ôk wel 'n mouw on te paassen. Ge brengt [van de kermis] vur oe vernomste helft van oe trouwbuukske bij zo'n gelegenheid 'nen buil stroopmoppen of 'n paor kwatta's mee; dè is 'n veul beter remedie tegen onweer as 'nen bliksemafleijer: de bui drijft over zonder dè-ge't rommelen heurt! (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit ‘t klokhuis van Brabant 4; 2-11-1929)

vur mèèd woone = als meid, dienstmeid bij iemand inwonen
Keeke, 'n dochter van Nol van Willeke de Goey, die bij Sjef Koolen vur meid wont, kwaam net toen ik de liste kan vatte, buite geschoten. (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit ‘t klokhuis van Brabant 5; 7 en 14-11-1929)

peliesie-uur = sluitingstijd van café’s
Toen 't pelitie-uur was, hè 'k ze in den errem nor de stee van Sjef Koolen gebrocht. (Kubke Kladder; ps. v. Pierre van Beek; NTC; Uit ‘t klokhuis van Brabant 9; 22-02-30)

De lijst is hier te vinden
De publicatie van nieuwe lijsten zal ook in dit blog aangekondigd worden.